Interactie met deelnemers in de zaal? Die ontstaat niet vanzelf. Die activeer je.

Interactie met deelnemers in de zaal? Die ontstaat niet vanzelf. Die activeer je.

Er was eens een spreker waar ik naar luisterde als deelnemer van een congres. Hij startte met de mededeling dat hij het erg leuk vindt om tijdens zijn verhaal interactie met de aanwezigen te hebben. “Stel dus gerust je vraag tussendoor”, voegde hij er nog aan toe. Vervolgens startte de spreker en praatte 25 minuten aan één stuk door over het onderwerp van het congres. 5 minuten voor de slot-tijd vroeg hij of er nog vragen zijn. “Geen vragen? Mooi, dan is mijn verhaal duidelijk.” En daar rondde hij zijn podium-moment mee af.

De zaal is niet in charge om de interactie te starten

“Huh”, dachten mijn buurman en ik op dat moment, “je wilde toch juist interactie? Die wens sprak je bij het begin uit.” Plaatsvervangende ongemakkelijkheid voelde ik op dat moment voor hem. Ik gunde hem die interactie, die hij zo leuk vindt. Maar híj was in charge om die interactie te activeren. Dat kun je niet van de zaal verwachten. Wanneer een spreker vol enthousiasme en overgave eenmaal in een verhaal zit, zullen toehoorders minder snel de hand opsteken om een vraag te stellen. Wél als je bewust momenten in een presentatie plant om de aanwezigen een vraag te laten stellen. Helaas, als je het mij vraagt, wordt die gelegenheid tot het stellen van vragen nog te vaak enkel op het einde van een presentatie ingebouwd.

Interactie activeer jij

Interactie is meer dan vragen laten stellen en beantwoorden. Interactie is ‘wisselwerking’ en levert betrokkenheid, aandacht en energie op. Maar wisselwerking ontstaat nauwelijks vanzelf. Die activeer je.

Net als de interactie die nodig is voor het ‘work’ in workshops. Je ziet soms inhoudelijk deskundigen worstelen met het begrip ‘workshop’ als ze vanuit hun expertise gevraagd worden om ‘er een workshop over te geven’. Uit enthousiasme over het onderwerp en door onervarenheid met workshops wordt de gehele workshoptijd volgepraat in plaats van dat de deelnemers zelf aan het ‘work’ gaan. Deelnemers van workshops verwachten wisselwerking. Jij brengt expertise en deelnemers gaan er ter plekke mee aan de slag.

Manieren om de interactie te activeren

Wil jij als inhoudelijk deskundige of spreker meer wisselwerking, dan volgt hier een paar manieren waarop je dat doet. Er zijn overigens legio manieren. Belangrijk is dat de manier die je kiest het doel van jouw verhaal of workshop versterkt en dat het aansluit bij de verwachtingen van de deelnemers. Ik deel een paar manieren die makkelijk toepasbaar zijn, weinig hulpmiddelen vragen en je hopelijk prikkelen om creatieve variaties ervoor te bedenken of ervoor op te zoeken:

  1. Stárt met het inzamelen van vragen over het onderwerp in plaats van in de laatste 5 minuten. Gebruik hiervoor 1-2-4-all. Eerst iedereen individueel in stilte 1 minuut een vraag formuleren, dat in 2-tallen met elkaar bespreken en misschien al het antwoord van je duo-partner horen, daarna dat in 4-tallen hetzelfde doen en vervolgens plenair de overgebleven vragen behandelen.
  2. Laat mensen in tweetallen in korte rondes van 2 à 3 minuten ervaringen delen over het onderwerp. Doe dit drie keer achter elkaar in verschillende duo’s (deze interactievorm is beter bekend als ‘impromptu networking’). Doe dit in een ruimte waar mensen kunnen rondlopen om per ronde een ander tweetal te vormen. Geef dit dus vooraf aan bij de organisatie.
  3. Laat mensen eerst in twee- of drietallen onderling reageren op stellingen, video’s, afbeeldingen en pollvragen verzamel daarna plenair de meningen.

Extra manieren voor workshops

  1. Breng een casus in en laat deze direct door 2of 3-tallen uitwerken in plaats van ieder voor zich.
  2. Houd een ‘kampvuurgesprek’ met elkaar over het onderwerp en gebruik eventueel een talking stick om iedereen evenredig aan het woord te laten.

Extra manieren voor sprekers

  1. Pauzeer op meerdere momenten jouw verhaal en stel dan aan de zaal een vraag over hetgeen je zojuist verteld hebt. Laat iemand het antwoord plenair geven (als het daar ‘veilig’ genoeg voor voelt) of iedereen via Menti op een scherm. Bijvoorbeeld een HR-specialist die de vraag stelt ‘welke organisatie ken jij die haar onboardingsproces heeft gereorganiseerd?’
  2. Laat jezelf interviewen door de dagvoorzitter in plaats van dat je een monoloog afsteekt en laat de dagvoorzitter tussentijds de interactie met de zaal opzoeken om daar vragen op te halen. (bijvoorbeeld met 1-2-4-all)

Een dagvoorzitter helpt jou

Het is preken voor eigen parochie, maar een dagvoorzitter kan jou helpen bij het activeren van interactie. Als de dagvoorzitter jou spreekt in de voorbereiding kun je om tips en inspiratie vragen en je kunt met elkaar afstemmen of en hoe de dagvoorzitter met jou de interactie begeleidt.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *